|
|
In deze pagina proberen we wat uitleg te geven over het vakjargon en wat een paar tips rond het fietsen.
Training voor wielertoeristen Alles wat hier vermeld wordt komt uit het “Trainingshandboek voor wielrenners “ van Paul Van Den Bossche |
De winterperiode (december – maart) We gaan ervan uit dat deze groep wielertoeristen een normaal beroepsleven heeft, en dat er in hoofdzaak tijdens de weekends degelijk getraind kan worden. Een groot deel van de trainingen zal zich, wegens de koude en natte weeromstandigheden tijdens de winter, vooral op de rollen afspelen. Het totale trainingsvolume ligt uiteraard ook veel lager dan bij de amateurs en bij de profrenners. Maar wil men tijdens de zomermaanden goed uit de verf komen op de langere ritten, dan mag de fietstraining tijdens de winter niet verwaarloosd worden. Bij voorkeur moeten er enkele specifieke accenten gelegd worden. De accenten tijdens de winterperiode zijn:
|
SOUPLESSETRAING De souplessetraining kan het best uitgevoerd worden op rollen. |
KRACHTTRAINING Wanneer wegens tijdgebrek gekozen moet worden tussen de algemene en de specifieke krachttraining, dan verdient de specifieke krachttraining de absolute voorkeur. Het is inderdaad van belang om ons zo specifiek mogelijk te trainen. Algemene krachttraining is slechts nuttig als aanvulling op specifieke training. Er kan voor deze training gewerkt worden volgens de volgende methode:
Indien ook gekozen wordt voor algemene krachttraining, blijven de al eerder beschreven principes van kracht. Het accent ligt op het ontwikkelen van het krachtuithoudingsvermogen. Er wordt daarom gewerkt met 40 tot 50% van IRM, en er wordt opgebouwd van 3 x 10 herhalingen tot 5 x 20 herhalingen. Bij voorkeur wordt er dan ook tweemaal per week getraind. |
OPDRIJVEN VAN HET TRAININGSVOLUME Het is vooral tijdens de weekends dat er tijd vrijgemaakt kan worden om een zeker trainingsvolume op te bouwen. In een eerste fase (tot eind januari) volstaat één duurtraining tijdens het weekend. Het volume wordt geleidelijk opgedreven van 2 uur tot 4 uur. Het accent ligt ook hier op souplessetraining en de intensiteit blijft steeds relatief laag(hartslag in de zone LSD – extensieve duurtraining). Meestal wordt in een groep gefietst. De koude en natte weersomstandigheden maken dikwijls moeilijk om op regelmatige basis op de weg te trainen. Een alternatief vindt men soms in de zogenaamde toertochten voor mountainbikes. Het gaat hier om ritten van ongeveer 40km op meestal zanderig of modderig en geaccidenteerd parcours. Door het feit dat de snelheid heel wat lager ligt dan op de weg treedt er minder afkoeling op. Dergelijke toertochten zijn daarom tijdens de winter dikwijls heel wat aangenamer dan de lange trainingen op de weg. Het gevaar schuilt hier echter in de intensiteit. Er wordt meestal gereden met een veel hogere hartslag dan tijdens de wegtrainingen. De tocht in het rood rijden. Dergelijke trainingen zijn dus niet echt bevorderlijk voor het opdrijven van het aërobe uithoudingsvermogen. Controle van de hartslag tijdens de inspanningen kan echter voor een oplossing zorgen. Vanaf de maand februari kan dan tijdens het weekend, bij aanvaardbare weersomstandigheden, een tweede duurtraining ingelast worden. Ook kunnen vanaf nu tijdens een van de duurtrainingen enkele anaërobe prikkels uitgevoerd worden. Dit betekent dat na een degelijke opwarming gedurende 20 tot 30” voluit gereden wordt. In de beginfase is het aantal herhalingen klein (twee à drie). Daarna kan dit worden opgedreven tot een zestal herhalingen. |
![]() |
Doen wij het ook verkeerd? (Artikel van M. Wuyts)
| Doen wij het ook verkeerd? |
‘Ik heb vaak medelijden met de wielertoerist die na zijn fietstocht met een rood hoofd thuiskomt en twee uur in de zetel kruipt om enigszins te herstellen. Vaak is hij zelf niet meer in staat zijn vrouw bij de vaat te helpen. Tot zover Mario Aerts bij een van onze informele gesprekken in de seizoensaanloop. Ik voelde me onmiddellijk aangesproken. Het was immers wel eens overkomen: ’s avonds niet kunnen slapen omdat je hartslag het vertikt voldoende te zakken. Duidelijk een gevolg van onverantwoord fietsen. Ook ik behoorde tot de brede groep van drieste fanatici voor wie elke rit een uitdaging is. Plankgas op iedere helling, angstvallig boven de dertig blijven, kicken op een hartslag boven de 160, nooit willen lossen in een zogeheten select groepje. Dom imitatiegedrag. Tien jaar lang speelde ik de ‘coureur’ Tot een echte renner me abrupt wakker maakte. ‘Van half november tot eind december blijf ik consequent onder mijn omslagpunt. Het ideale verzet is dan 39-17 of 4,90 meter per omwenteling. De eerste weken haal ik een gemiddelde van 28km per uur. De duur van de dagelijkse rit stijgt geleidelijk van 2uur tot 3 ½ uur.’ Ik wist niet wat ik hoorde bij de eerste les van Aerts. Ik deed alles fout. Aerts leerde me in een mum van tijd hoe je een degelijke basis legt. Geduld en geleidelijkheid werden opeens belangrijker dan prestatie en ambitie. Trainingsopbouw en gematigde intensiteit staan voortaan voorop. Ik pak niet meer uit met ‘vandaag 70km gereden met een gemiddelde van 30’. Ik heb het over ‘anderhalf uur gefietst met een pols tussen 130 en 150 en 85 omwentelingen per minuut’. Bij mijn thuiskomst krijg ik het rechterbeen weer gezwind over mijn buis en ga ik rustig door met mijn dagtaak. Hoe dit in zijn werk gaat, vindt u in het unieke boek “Trainingshandboek voor wielertoeristen” waarin Paul Van Den Bosch wetenschappelijk en toch zeer bevattelijk alle trainingscomponenten van de wielertraining behandelt. Door de chronologische indeling krijgt de sporter een handleiding die elk moment van het jaar geraadpleegd kan worden. Er worden tal van trainingsschema’s besproken. Iedere wielerliefhebber kan deze schema’s aan zijn behoeften aanpassen. Daarnaast komen nog tal van andere belangrijke items, zoals de juiste voeding, aan bod. Michel Wuyts |
Overload en Overtraining
Het is belangrijk om gewone vermoeidheid niet te verwarren met overtraining. Anderzijds is het ook zeer belangrijk om overtraining tegen te gaan.
| OVERLOAD | OVERTRAINING |
| Vermoeidheid verdwijnt na 1-7 dagen | Vermoeidheid blijft |
| Betere prestaties na rust | Blijvend lagere prestaties |
| Wil tot presteren | Angst voor presteren/depressie |
| Men slaapt goed | Men slaapt slecht (moe wakker worden) |
Het is belangrijk om goed in de gaten te houden dat je niet in overtraining gaat omdat het recupereren na overtraining een langzaam proces is. Het boek "Beter trainen met de hartslagmeter" van P. Van Den Bosch (uitgeverij Delta) geeft je een aantal handige tips om overtraining tegen te gaan.
Moutainbike Fietsgeometrie
Source: Praktisch Handboek Mountainbiken (F. Hayman - U. Stanciu)
Moutainbike Remsystemen

Source: Praktisch Handboek Mountainbiken (F. Hayman - U. Stanciu)